Oefeningen die leiden tot spierpijn in het bovenste deel van de rechte buikspier (de rectus abdominis) werden en worden vaak nog geassocieerd met bepaalde oefeningen voor de bovenste buikspieren, terwijl oefeningen die spierpijn in het onderste deel veroorzaken werden beschouwd als speciaal bedoeld voor trainen van de onderste buikspieren.
Het is fysiologisch echter onmogelijk om het trainingseffect tot een bepaald deel van een spier te beperken.
Een spier heeft de taak een bepaalde beweging te doen ontstaan en doet dit door zich samen te trekken.
De twee tegenover elkaar liggende uiteinden van de spier worden naar elkaar toegebracht.
Spiervezels die korter worden als reactie op prikkels via de zenuwen, zijn in reeksen (aaneengeschakelde opeenvolgingen) en parallel (zij aan zij) geplaatst.
Het is logisch dat een samentrekking in één deel van een aaneengeschakelde reeks spiervezels wordt doorgegeven aan alle proximale (bovenliggende) en alle distale (onderliggende) delen van de reeks.
Het zou immers zinloos zijn als bepaalde spiervezels in de reeks (bijvoorbeeld in de onderste buikspieren) langer zouden worden.
Hierdoor zou namelijk worden voorkomen dat de samentrekking van spiervezels tot verkorting van de gehele spier zou leiden en als gevolg daarvan zou de spier niet volledig functioneren.
Trainen zou dan energieverspilling zijn, omdat het verwaarloosbare of hooguit beperkte resultaten zou opleveren.
De rechte buikspier bestaat uit segmenten of spierbuiken die onderling gescheiden zijn door de zogenaamde inscriptiones tendineae.
Tijdens de oefening zendt een netwerk van zenuwvezels prikkels tegelijk naar elk van deze inscriptones tendineae, zowel in het bovenste als in het onderste gedeelte.
Dit resulteert in een gelijktijdige en synergetische samentrekking van alle spierbuiken, waardoor de ribbenboog en het schaambeen (waar respectievelijk de bovenzijde en de onderzijde van de rechte buikspier zijn aan vastgehecht) naar elkaar toebrengen.
De samentrekking moet dus noodzakelijkerwijs over de gehele spierketen worden verdeeld en het is neurofysiologisch gezien onmogelijk om alleen de bovenste of de onderste zone samen te laten trekken.
Hieruit volgt dat bij een oefening die alleen in bepaalde delen van de rechte buikspier wordt gevoeld toch de volledige spier is betrokken.
Nog niet volledig duidelijk? Vraag het mij gerust tijdens uw volgende training.
Andere vragen? Stuur ze gerust door en dan behandel ik dat in één van de volgende artikels…
Andere artikels rond dit onderwerp zijn oa:
Vond u dit artikel interessant en heeft het u geholpen?
Deel dan dit artikel met uw netwerk aub!
Heeft u nog verdere vragen?
Neem vrijblijvend contact met ons op via 03/295.82.89 of info@bwell.be.
Wij helpen u graag verder!
Bedankt voor uw bericht.
U ontvangt zo snel mogelijk een reactie van ons.
Oeps, bij het versturen van uw bericht is een fout opgetreden. Probeer het later opnieuw.